Een fotograaf maakt foto’s in opdracht, levert de beelden op en stuurt een factuur. Dan ligt een gedachte behoorlijk voor de hand:

Ik heb ervoor betaald, dus nu zijn de foto’s van mij.

In de praktijk ligt dat iets anders. Wie voor fotografie betaalt, betaalt namelijk niet automatisch voor het auteursrecht op de beelden. Meestal betaal je voor het maken van de foto’s én voor het recht om ze op afgesproken manieren te gebruiken.

Wie zakelijke fotografie laat maken, krijgt daarom ook te maken met gebruiksrechten voor bedrijfsfoto’s: afspraken over waar en hoe je de beelden mag gebruiken. Dat klinkt onmiddellijk een stuk juridischer dan ik mijn fotografie normaal probeer te maken.

Toch is het goed om daar vooraf duidelijk over te zijn. Niet omdat een fotograaf bij iedere Instagram-post met de Auteurswet onder de arm klaar moet staan, maar juist omdat je beelden wilt kunnen gebruiken zonder achteraf te hoeven uitzoeken wat wel en niet mag.

Wie heeft eigenlijk het auteursrecht?

In Nederland ontstaat auteursrecht automatisch bij de maker van een oorspronkelijk werk. Bij fotografie ligt dat auteursrecht in beginsel dus bij de fotograaf. Dat verandert niet doordat iemand opdracht heeft gegeven voor de foto’s of de factuur heeft betaald.

Ook in de algemene voorwaarden die ik gebruik is dat uitgangspunt heel duidelijk: het auteursrecht op het fotografische werk blijft bij de fotograaf. De opdrachtgever krijgt een licentie, oftewel het recht om de foto’s op de afgesproken manier te gebruiken.

Zo’n licentie klinkt misschien als iets waarvoor een aparte map met stempels nodig is, maar in de praktijk hoeft dat helemaal niet ingewikkeld te zijn. Het betekent vooral dat vooraf duidelijk moet zijn waarvoor de foto’s bedoeld zijn. Een website? Sociale media? Advertenties? Een brochure? Perspublicaties? Een menukaart? Een beurswand? Dat zijn precies de dingen die ik bij een opdracht graag vooraf bespreek.

foto uit reportage voor De Biermeneer

Betalen voor fotografie is dus niet hetzelfde als een foto kopen

Dat onderscheid vind ik belangrijk. Bij een product koop je meestal iets en daarna is het van jou. Bij fotografie betaal je voor het werk dat nodig is om het beeld te maken én voor het afgesproken gebruik ervan. Het auteursrecht zelf blijft daarbij bij de fotograaf.

Dat is overigens niet iets eigenaardigs wat fotografen hebben bedacht om het leven ingewikkelder te maken. De Auteurswet geeft de maker het exclusieve recht over openbaarmaking en verveelvoudiging van zijn werk. Een fotograaf kan vervolgens toestemming geven voor gebruik via een licentie. Auteursrecht.nl adviseert ook om de omvang daarvan zorgvuldig af te spreken en schriftelijk vast te leggen. Dat advies is hier te lezen.

In mijn voorwaarden wordt die licentie omschreven in de offerte, opdrachtbevestiging of factuur. Als daar niets specifieks over is afgesproken, zijn de standaardvoorwaarden juist behoorlijk terughoudend: dan gaat het in beginsel om eenmalig gebruik, in ongewijzigde vorm en voor het doel dat bij het aangaan van de opdracht bedoeld was. Dat is meteen een goede reden om dit onderwerp niet pas ná de fotoshoot te bespreken.

Mijn uitgangspunt: een foto moet vooral bruikbaar zijn

Ik maak zakelijke fotografie uiteindelijk niet om bestanden op een harde schijf te verzamelen. Als ik voor een bedrijf fotografeer, wil ik dat de beelden daadwerkelijk gebruikt kunnen worden. Daarom vind ik het veel logischer om vooraf te kijken wat iemand ermee wil doen en daar het gebruik op af te stemmen. Een bedrijf dat een beeldbank laat maken voor website, sociale media en eigen communicatie moet die beelden daar vervolgens ook gewoon voor kunnen inzetten.

Ik heb weinig behoefte aan een situatie waarin een klant bij iedere LinkedIn-post eerst toestemming moet komen vragen. Maar er zit natuurlijk verschil tussen:

de foto gebruiken waarvoor hij gemaakt is

en

de foto ineens voor iets heel anders inzetten.

En precies daar wordt een duidelijke afspraak belangrijk, dit is dan ook de basis van mijn aanpak.

Mag je een foto doorsturen naar een ander bedrijf?

Dit is in de praktijk waarschijnlijk een van de interessantere vragen. Stel: een brouwerij laat foto’s maken en een distributeur vraagt of hij die beelden ook mag gebruiken. Of een festival stuurt foto’s door naar sponsors. Een restaurant levert een foto aan een tijdschrift. Een fabrikant geeft beeldmateriaal aan een dealer. Dat voelt vaak logisch.

Juridisch is het niet automatisch hetzelfde als het eigen gebruik van de opdrachtgever. Mijn DuPho-voorwaarden bepalen dat een verstrekte licentie niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming aan derden mag worden overgedragen. Ook mag de opdrachtgever, tenzij anders afgesproken, geen sublicenties aan derden verlenen.

Het zonder toestemming beschikbaar stellen van het werk aan derden wordt in diezelfde voorwaarden als ongeoorloofd gebruik aangemerkt. Dat betekent niet dat zoiets nooit kan. Het betekent vooral: even afstemmen.

Als vooraf al duidelijk is dat bijvoorbeeld importeurs, dealers, pers of samenwerkingspartners de beelden nodig hebben, kun je daar bij de opdracht meteen rekening mee houden.Veel prettiger dan drie maanden later ontdekken dat een foto inmiddels via zeven bedrijven op twaalf websites woont.

Mag je een foto bijsnijden of aanpassen?

Ook daar zit nuance in. Voor verschillende media moet een beeld soms simpelweg anders worden uitgesneden. Een liggende foto voor een websitebanner moet misschien ineens vierkant of verticaal op Instagram. Dat soort praktisch gebruik is iets anders dan een foto zodanig aanpassen dat het oorspronkelijke werk wordt aangetast.

Naast het auteursrecht heeft een maker namelijk ook zogenaamde persoonlijkheidsrechten. Een fotograaf kan zich onder omstandigheden verzetten tegen bijvoorbeeld verminking of aantasting van zijn werk of tegen onjuiste naamsvermelding. Auteursrecht.nl beschrijft die rechten expliciet als rechten die naast de exploitatierechten blijven bestaan.

Mijn voorwaarden schrijven bovendien voor dat bij gebruik rekening wordt gehouden met die persoonlijkheidsrechten en dat mijn naam bij gebruik wordt vermeld. In de dagelijkse praktijk komt het voor mij vooral neer op iets veel eenvoudigers:

Verander een foto niet zó dat het ineens iets anders wordt dan wat ik heb gemaakt.

Een uitsnede voor een bepaald formaat is iets anders dan zware filters, elementen verwijderen of toevoegen of een beeld zodanig bewerken dat de uitstraling volledig verandert.

Natasja Froger en Ferry Wijnhoven proosten samen op het behaalde resultaat

En dan staan er ook nog mensen op de foto

Tot nu toe ging het vooral over de relatie tussen fotograaf en opdrachtgever. Maar zodra er herkenbare mensen op een foto staan, komt er nog iemand bij die rechten kan hebben. Dan kan het portretrecht een rol spelen.

Een portret hoeft trouwens niet per se een volledig herkenbaar gezicht te zijn. Iemand kan ook herkenbaar zijn aan bijvoorbeeld houding, kleding, omgeving of andere kenmerken. De Auteurswet maakt vervolgens onderscheid tussen portretten die in opdracht zijn gemaakt en portretten die niet in opdracht zijn gemaakt. Voor beide situaties gelden andere regels.

Dat maakt het onverstandig om portretrecht terug te brengen tot de simpele regel:

“Hij keek in de camera, dus hij gaf toestemming.”

Zo werkt het niet. Net zo min als:

“Het was een openbaar evenement, dus we mogen alles met iedere foto doen.”

Ook dat is te gemakkelijk.

Portretrecht en privacy zijn bovendien niet hetzelfde

Daar komt nog een laag bij die vaak door elkaar wordt gehaald. Als iemand herkenbaar op een foto staat, kan die foto ook een persoonsgegeven zijn. Bij zakelijk of commercieel gebruik is dan de AVG van toepassing. De Autoriteit Persoonsgegevens zegt expliciet dat voor het maken en publiceren van herkenbaar beeldmateriaal namens een bedrijf of organisatie een AVG-grondslag nodig is. Toestemming kan zo’n grondslag zijn. Maar het is niet de enige mogelijke grondslag.

De AVG kent zes grondslagen. Een organisatie kan zich bijvoorbeeld in bepaalde situaties beroepen op een gerechtvaardigd belang, maar daar zijn voorwaarden aan verbonden. Het belang moet daadwerkelijk bestaan, de verwerking moet noodzakelijk zijn en er moet een belangenafweging plaatsvinden tussen het belang van de organisatie en de privacy van degene die op de foto staat.

Dat is dus iets anders dan zeggen:

“Wij hebben een commercieel belang, dus het mag.”

De AVG heeft helaas meer pagina’s dan dat.

Wie moet dan vooraf toestemming regelen?

Hier wordt het bij bedrijfsfotografie praktisch interessant. Wie medewerkers, klanten of bezoekers laat fotograferen, doet er verstandig aan vooraf na te denken over wat er met die beelden gaat gebeuren. Worden medewerkers herkenbaar gefotografeerd voor een campagne? Komen bezoekers van een evenement prominent in beeld? Worden mensen bewust als model ingezet? Of fotografeer ik vooral een algemene sfeer waarin mensen onderdeel van de omgeving zijn? Dat zijn verschillende situaties.

Wie volgens de AVG precies verantwoordelijk is voor welke verwerking hangt af van de feitelijke rollen en afspraken. De partij die het doel en de middelen van een verwerking bepaalt, kan daarbij als verwerkingsverantwoordelijke gelden. Je kunt daarom niet simpelweg aannemen dat “de fotograaf dat wel regelt” of juist dat uitsluitend de opdrachtgever verantwoordelijk is.

Mijn praktische voorkeur is veel eenvoudiger: bespreek het voordat de camera uit de tas komt.

Bij evenementen spreek ik daarom vooraf met de organisator af waarvoor de beelden bedoeld zijn en welk gebruik is voorzien. Denk aan online promotie door de organisator en, wanneer dat is afgesproken, gebruik van geselecteerde beelden in mijn eigen portfolio. Dat neemt niet automatisch alle rechten van herkenbare personen weg, maar zorgt wel dat het gebruik vooraf wordt besproken in plaats van achteraf bedacht.

Dan kun je vooraf bepalen wie mensen informeert, welk gebruik voorzien is en of daar toestemming of een andere grondslag voor nodig is. Dat voorkomt een hoop ingewikkeldheid achteraf.

Bij evenementen adviseer ik organisatoren daarom om bezoekers vooraf duidelijk te informeren dat er gefotografeerd wordt, waarvoor de beelden gebruikt kunnen worden en waar ze terechtkunnen met vragen of bezwaren. Dat kan bijvoorbeeld via de website of ticketinformatie, aangevuld met een bord bij de ingang. Zo’n mededeling is alleen geen automatische toestemming voor ieder gebruik. Een sfeerreportage van het evenement is immers iets anders dan een herkenbare bezoeker inzetten als gezicht van een reclamecampagne. Voor dat laatste adviseer ik om afzonderlijk toestemming te regelen.

En mag je mijn foto’s in AI stoppen?

Sinds augustus 2026 staat daar in de DuPho-voorwaarden ook een vrij ondubbelzinnig antwoord op.

Nee.

De voorwaarden bepalen dat een opdrachtgever het fotografische werk niet als input in een AI-toepassing mag gebruiken. Ook mag de naam, het werk of de stijl van de fotograaf niet in prompts worden gebruikt om met AI nieuwe beelden te genereren. Dat vind ik eigenlijk een logische toevoeging. Een foto laten maken voor je website geeft je gebruiksrecht voor die foto. Het geeft niet automatisch toestemming om datzelfde beeld vervolgens te gebruiken als grondstof om nieuwe beelden te laten genereren. Dat zijn twee verschillende toepassingen.

Duidelijkheid vooraf is vooral makkelijker

Auteursrecht klinkt al snel alsof fotograaf en klant tegenover elkaar staan. Zo zie ik het niet. De bedoeling van duidelijke gebruiksafspraken is wat mij betreft juist dat je niet bij iedere toepassing opnieuw over rechten hoeft na te denken.

Als vooraf duidelijk is waarvoor de beelden bedoeld zijn, kan daar bij de opdracht rekening mee worden gehouden. En ontstaat later een nieuw idee?

Misschien wil een samenwerkingspartner de foto gebruiken. Misschien wordt een campagne veel groter dan oorspronkelijk gedacht. Misschien wil een uitgever een beeld overnemen.

Dan hoeft het antwoord helemaal niet meteen nee te zijn. Maar het is wel verstandig om het even te bespreken. Want uiteindelijk zijn goede afspraken over fotografie een stuk minder interessant dan de fotografie zelf. En dat lijkt me precies de bedoeling.

foto uit reportage voor De Biermeneer

Kort samengevat

Je betaalt bij een fotografieopdracht niet automatisch voor het auteursrecht, maar krijgt gebruiksrechten voor het afgesproken doel. Wil je beelden anders gebruiken, aanpassen, aan derden verstrekken of inzetten in AI, stem dat dan vooraf af. Staan er herkenbare personen op de foto, dan kunnen daarnaast portretrecht en de AVG een rol spelen.

Dit artikel geeft algemene informatie over fotografie en beeldgebruik en is geen individueel juridisch advies.

 

Gebruik van beeld vooraf goed afspreken

Twijfel je welke gebruiksrechten je nodig hebt voor een opdracht, of wil je beelden breder inzetten dan alleen voor website en social media? Dan bespreek ik dat liever vooraf dan wanneer de foto’s al overal rondzwerven.

Bespreek je opdracht